Wednesday, January 04, 2006

een zaadje en een steen


Beide onderhevig aan dezelfde invloeden. Maar het zaadje wordt een boom, dat is een verplaatsing en omzetting van energie. Licht, lucht en water en de bouwstoffen rond haar wortels verplaatsen zich en zetten zich om in vaste vorm, boom.
Ook krijgt een boom zaden en verplaatst zij zich daarmee.

Een steen niet. Onderhevig aan dezelfde invloeden als de boom doet de steen niets. De steen ligt.
Natuurlijk over eeuwen gezien, slijt de steen langzaam, maar dat staat in geen verhouding met de toename van groei van de boom.

Tuesday, December 13, 2005

slak

Ze was enkel vijf maanden oud
In al die vijf maanden was zij nooit het pad over geweest.
Wel had ze eens langs de randen gekropen
Maar het meeste had ze toch van horen zeggen

Van horen zeggen
Van verhalen van oudere slakken
Van vliegende kevers
Mieren en zo nu en dan van het hert
Als het hert tijd had om te praten
Want het hert had nooit zoveel tijd

Het was niet dat het aan de overkant nou zoveel beter was
Het was de nieuwsgierigheid
Slakken zitten met hun hoofd vaak ergens anders
Als slak heb je ook veel tijd

Om na te denken
Om te fantaseren
Hoe zou het aan de overkant zijn, denkt een slak vaak
Niet beter of slechter, maar hoe?

Vlak voor de vorst trokken de slakken het pad over
In de winter deden zij niet veel
Wel vroegen ze zich vaak af hoe het aan de kant was
waar zij geboren waren

Pas in de lente konden zij weer terug
Als de wind wat warmer werd

Saturday, December 03, 2005

voortdurend

vanwege uw voortdurende twijfels
bied ik u nu zekerheid aan
deze zekerheid is niet leuk
maar wel zeker
u zegt het maar

Wednesday, November 30, 2005

Slapen

Opvallend is het
Op zijn minst
Veel padden die nu beginnen aan hun winterslaap
Willen liever door slapen
Na de winter

Het viel me op
Ik liep over velden en wenste de pad een goede slaap
Tot volgend jaar, zei ik
Nou, zei de pad
Ik slaap maar eens door, denk ik
Er is niets wat mij zo heeft geboeid afgelopen jaar
Dat ik daar komende lente voor wakker zou willen worden

Oh, zei ik
Nou slaap lekker dan

Tuesday, November 22, 2005

Dan nu nog eens wat

Het is niet waar dat de sterkste zou overleven
Het is de best aangepaste die overleefd
Zo kon een dinosaurus, best wel eens sterk zijn geweest
Hij was niet goed aangepast en u weet allemaal wat het van de dinosaurus is geworden
Enkel wat botten is van ze over
Hele sterke, grote botten
Nee, dan de muizen of bacteriën die weten wel raad met de omgeving
Aanpassen aan een veranderende omgeving
Als u daar goed in bent, heeft u weinig te vrezen

Andersom komt het ook voor
Omgevingen die zich aanpassen aan veranderende invloeden.
Zo doet de de noordoostpolder het best goed, bijvoorbeeld
Vroeger was de noordoostpolder gewoon zee.
In korte tijd is daar toch heel wat veranderd

Meeuwen zijn er ook erg goed in.
Ook bij een mogelijke zeespiegelsteiging
Maak ik mij vooralsnog geen zorgen over de meeuwen

Bij mensen is het een beetje twijfelachtig
Zijn we met zoveel omdat we ons zo goed aan kunnen passen aan onze omgeving
Of kunnen we onze omgeving goed aanpassen aan onze wensen
Het lijkt meer op dat laatste

Wat als geruststellend gezien kan worden
is dat onze omgeving zich vrij makkelijk aanpast aan onze wensen
zo laat onze omgeving grassprietjes tussen de tegels groeien, bijvoorbeeld

mensen

begrijp mij niet verkeerd, mensen
ik heb u allen lief
ookal vind ik uw gedrag bedenkelijk de laatste tijd
ik snap het ook wel
u zult het waarschijnlijk druk hebben
u heeft het natuurlijk druk met u klaar te maken voor deze winter
u bent natuurlijk aan het verzamelen
ook zult u het zeker druk hebben met het ophokken van uw kippen
en het aanharken van de bladeren op de daarvoor aangegeven plekken

Sunday, November 20, 2005

beste mensen

vandaag ga ik u iets vertellen dat u niet leuk zal vinden.
het moest ook maar eens afgelopen zijn, enkel goed nieuws is bepaald niet realistisch.
u kunt nu besluiten niet verder te lezen.
ga u gang, maar denk niet dat als u zich omdraait u ineens niet meer oog in oog komt te staan met het slechte nieuws.

mensen, we zijn met teveel.
zo zoetjes aan zijn we met z'n allen een beetje teveel.
vanmorgen bij de intocht van sinterklaas waren we met teveel. we pasten amper met z'n allen in het verenigingsgebouw. dat moet u toch ook zijn opgevallen?
een vrouw merkte op dat het vorig jaar ook al nauwelijks paste, maar dit jaar werd het wel heel vol. nou mevrouw, ik voorspel u volgend jaar een nog grotere drukte.
in de rij voor de winkel merk ik het. op straat. we zijn simpelweg met teveel. en als ik iemand wil spreken en diegene is in gesprek, merk ik het ook. veels te veel.

na lang denken zie ik maar een oplossing. we moeten verminderen
ja dat is even schrikken. eerst vond u uzelf nog zo leuk. zo leuk dat u alleen maar nog meer van uzelf of iets wat daar op leek wilde hebben. nee, het kan niet meer.
willen wij volgend jaar ordelijk sinterklaas kunnen verwelkomen, zullen we echt moeten verminderen.

en juist als we moeten verminderen
begint u over langer leven
kijk nou eens om u heen, mensen
waarvoor zou u.
u moet uzelf zo klein mogelijk maken
en probeer ook niet teveel te denken

praat u vooral ook zo min mogelijk
tot nu toe heeft dat waarachtig weinig opgeleverd

zoals vroeger

Mensen ik heb gehoord dat er geen ruimte meer is voor mensen uit de arme landen
Die hier naar toe komen, denkend dat het hier beter is
Mensen ik roep u op u te verminderen
Het kan namelijk niet zo zijn
Dat wij niet langer gastvrij kunnen zijn
zoals vroeger

Saturday, November 19, 2005

de duif
















Als beeldend agrariër maak ik zo het één en ander mee. Laatst kwam mij dit verhaal ter oren, een verhaal dat ik jullie niet graag wil onthouden:

De duif hield altijd al veel van aardbei

duif zei:
‘ik eet je op, aarbei’
‘hoe kan ik meer van je houden dan je op te eten?’

de aarbei dacht hierover na. Niet lang daarna lag hij tussen pitjes, zaden en broodkruimels in de maag van de duif.
‘De duif houdt duidelijk het meest van mij’ dacht de aarbei.

die nacht sliep de duif slecht, hij wilde dood zijn, dood zijn om de aarbei verder te laten leven in zijn buik.

de aarbei dacht:
‘het siert duif zo eerlijk te zijn. Ik zal aan hem denken als ik verder groei’
‘later zal ik ook eerlijk zijn, net zo eerlijk als duif, vanzelfsprekend’

verhalen van soortgelijke strekking zijn haan, eend, muis en konijn ook overkomen.

de geit

De geit moest teruggestopt worden in zijn hok. Het was zielig als hij buiten stond namelijk.
Het had inderdaad geregend in het leven van de geit. Maar niet zo lang en zoveel dat dit nodig was.
Het was fijn dat ze aan me hebben gedacht die nacht, tijdens die storm, onderdak hebben gegeven.
Maar dit was niet nodig geweest. Ik heb het ze geprobeerd te vertellen, ik heb het geschreeuwd, maar ze luisterden niet.
Nu heb ik enkel een raampje om naar buiten te kijken. Buiten waar het verse gras zachtjes roept, waar er ieder moment een tak van een boom kan vallen, waar de appelboom bloeit, de bijen je steken als je op de klaver gaat liggen herkauwen. Buiten waar soms de zon schijnt en waar het stormt soms.
Ik ben een stoere geit met voldoende kracht en moed om me te kunnen verweren.
Ik ben dapper bovendien. Alles in mij zorgt ervoor dat ik tegenslagen aankan.
Mijn raampje wordt langzaam vuiler. Rondom mijn neus tegen het raam, beslaat het langzaam. In die vochtigheid gaat stof zitten.

Later zal ik het begrijpen, wat het met me deed, het waren niet de gekken. Ik moet proberen mij niet zoveel van de wereld aan te trekken. Ik zal mijzelf wel redden zoals ik altijd heb gedaan. Als ze nou enkel maar die deur openzetten.